Tag: mentalization-based treatment mbt

    In therapie: wat kun je verwachten en hoe vind je de juiste hulp?

    in therapie

    In therapie: wat kun je verwachten?

    De stap naar therapie kan spannend zijn. Misschien weet je niet precies wat je wilt bespreken, twijfel je of hulp bij je past of vind je het lastig om iemand in vertrouwen te nemen. Dat is heel begrijpelijk. Je hoeft niet eerst alles op een rijtje te hebben voordat je hulp zoekt. Therapie is juist een plek om samen te onderzoeken wat er speelt en wat jou kan helpen.

    Wat gebeurt er tijdens therapie?

    In therapie praat je met een hulpverlener over je gedachten, gevoelens en gedrag. Samen kijk je bijvoorbeeld naar situaties die moeilijk voor je zijn, patronen die steeds terugkomen en manieren om daar anders mee om te gaan. De behandelaar kan vragen stellen, uitleg geven en oefeningen of praktische handvatten aanbieden.

    Therapie is geen toets en er zijn geen goede of foute antwoorden. Jij bepaalt doorgaans wat je vertelt en in welk tempo. Het kan tijd kosten om vertrouwen op te bouwen. Je mag ook aangeven als een onderwerp te moeilijk voelt of als iets in de gesprekken niet goed werkt.

    Therapie bij borderline

    Voor mensen met een borderline persoonlijkheidsstoornis kan therapie helpen bij het omgaan met heftige emoties, impulsief gedrag, problemen in relaties of een negatief zelfbeeld. Er bestaan verschillende behandelvormen. Dialectische gedragstherapie (DGT/DBT), mentalization-based treatment (MBT) en schematherapie zijn voorbeelden van therapieën die kunnen worden ingezet. Welke aanpak geschikt is, verschilt per persoon en situatie.

    Een behandeling verloopt niet altijd in een rechte lijn. Soms merk je vooruitgang, terwijl je op andere momenten terugvalt in oude patronen. Dat betekent niet automatisch dat therapie niet werkt. Bespreek met je behandelaar wat je merkt en wat je nodig hebt.

    De juiste hulpverlener vinden

    Een goede samenwerking met je behandelaar is belangrijk. Het kan helpen om tijdens een eerste gesprek te vragen naar diens ervaring, de werkwijze en wat je van de behandeling kunt verwachten. Je mag ook vertellen wat voor jou belangrijk is, zoals duidelijke afspraken, een rustige uitleg of ruimte om twijfels te bespreken.

    Voelt het na verloop van tijd niet veilig of passend? Probeer dat bespreekbaar te maken. Soms kan de samenwerking verbeteren door samen verwachtingen te verduidelijken. Als dat niet lukt, kun je informeren naar een andere behandelaar of een second opinion.

    Zo bereid je je voor

    • Schrijf vooraf op wat je graag wilt bespreken.
    • Noteer vragen of situaties die je moeilijk vindt.
    • Vertel het als je zenuwachtig bent of niet goed weet waar je moet beginnen.
    • Vraag aan het einde van een gesprek wat de volgende stap is.
    • Geef aan wanneer oefeningen of afspraken niet haalbaar voelen.

    Je hoeft het niet alleen te doen

    Hulp zoeken is geen teken van zwakte. Het is een manier om aandacht te geven aan wat je doormaakt. Therapie kan inzichten en vaardigheden bieden, maar verandering kost vaak tijd. Wees mild voor jezelf en bespreek met je behandelaar wat kleine, haalbare stappen kunnen zijn.

    Heb je direct hulp nodig omdat je jezelf of iemand anders niet veilig kunt houden? Neem contact op met je huisarts of de huisartsenpost. Bij acuut gevaar bel je 112. Denk je aan zelfdoding, bel dan 113 of gratis 0800-0113, of ga naar 113.nl.

     

    6 voordelen van in therapie gaan

    1. Je krijgt professionele steun.
    2. Je leert je gevoelens beter begrijpen.
    3. Je ontdekt patronen in je gedrag.
    4. Je oefent met nieuwe vaardigheden.
    5. Je kunt werken aan gezondere relaties.
    6. Je hoeft het niet alleen te doen.

     

    7 mogelijke nadelen van in therapie gaan

    1. Therapie kost tijd en vraagt inzet.
    2. Een wachtlijst kan de start vertragen.
    3. De kosten kunnen oplopen.
    4. Het kan lastig zijn om je open te stellen.
    5. Sommige gesprekken kunnen emoties oproepen.
    6. Niet elke behandelaar past bij je.
    7. Verandering verloopt soms langzaam.

    Je krijgt professionele steun.

    Een belangrijk voordeel van therapie is dat je professionele steun krijgt van iemand die naar je luistert zonder oordeel en met je meedenkt. Een therapeut kan helpen om gevoelens en gedachten beter te begrijpen, patronen te herkennen en passende manieren te vinden om met moeilijke situaties om te gaan. Je hoeft niet alles zelf uit te zoeken: samen kun je stap voor stap werken aan wat voor jou belangrijk is.

    Je leert je gevoelens beter begrijpen.

    Een belangrijk voordeel van therapie is dat je je gevoelens beter leert begrijpen. Samen met je behandelaar onderzoek je wat je voelt, wanneer bepaalde emoties ontstaan en wat ze mogelijk triggert. Daardoor kun je eerder herkennen wat er in je omgaat en ontdekken welke behoeften of gedachten erachter zitten. Dat inzicht kan helpen om met meer rust en bewustzijn op moeilijke situaties te reageren.

    Je ontdekt patronen in je gedrag.

    In therapie kun je ontdekken welke patronen steeds terugkomen in je gedrag. Misschien merk je bijvoorbeeld dat je je terugtrekt zodra een gesprek spannend wordt, of vaak meteen aan jezelf twijfelt. Samen met je therapeut onderzoek je waar zulke reacties vandaan komen en wat ze voor je betekenen. Dat inzicht kan helpen om bewuster te kiezen hoe je met moeilijke situaties omgaat en ruimte te maken voor nieuwe gewoontes.

    Je oefent met nieuwe vaardigheden.

    Een belangrijk voordeel van therapie is dat je nieuwe vaardigheden kunt oefenen in een veilige omgeving. Denk bijvoorbeeld aan manieren om met heftige emoties om te gaan, je grenzen aan te geven of moeilijke gesprekken te voeren. Samen met je behandelaar ontdek je wat bij jou past en kun je stap voor stap oefenen. Zo wordt het makkelijker om deze vaardigheden ook in het dagelijks leven toe te passen.

    Je kunt werken aan gezondere relaties.

    Therapie kan je helpen om gezondere relaties op te bouwen en te onderhouden. Je onderzoekt hoe je communiceert, grenzen aangeeft en reageert op spanningen of misverstanden. Door meer inzicht te krijgen in je eigen behoeften en patronen, kun je duidelijker zeggen wat je voelt en beter luisteren naar de ander. Zo ontstaat er meer ruimte voor vertrouwen, wederzijds begrip en contact dat beter bij je past.

    Je hoeft het niet alleen te doen.

    In therapie hoef je moeilijke gevoelens en situaties niet alleen te dragen. Je kunt delen wat er in je omgaat met iemand die luistert en met je meedenkt, zonder dat je meteen alles hoeft op te lossen. Samen onderzoek je wat je nodig hebt en welke kleine stappen kunnen helpen. Dat kan steun geven en het gevoel versterken dat je er niet alleen voor staat.

    Therapie kost tijd en vraagt inzet.

    Therapie kost tijd en vraagt inzet. Verandering gebeurt meestal niet van de ene op de andere dag: je hebt tijd nodig om vertrouwen op te bouwen, nieuwe inzichten te ontwikkelen en vaardigheden in het dagelijks leven toe te passen. Ook kan het soms lastig of vermoeiend zijn om over moeilijke onderwerpen te praten of oefeningen te doen. Het helpt om vooraf realistische verwachtingen te hebben en samen met je behandelaar te bespreken welk tempo en welke aanpak bij jou passen.

    Een wachtlijst kan de start vertragen.

    Een nadeel van therapie is dat je soms op een wachtlijst komt voordat de behandeling kan beginnen. Die wachttijd kan frustrerend of zwaar voelen, zeker wanneer je juist nu behoefte hebt aan steun. Vraag bij je huisarts of verwijzer wat je in de tussentijd kunt doen, en informeer bij de zorgaanbieder naar de verwachte wachttijd of eventuele alternatieven.

    De kosten kunnen oplopen.

    Een nadeel van therapie is dat de kosten kunnen oplopen, vooral wanneer je behandeling niet volledig wordt vergoed of wanneer je eigen risico nog niet is verbruikt. Ook kunnen extra gesprekken of aanvullende hulp geld kosten. Vraag daarom vooraf aan je zorgverzekeraar en behandelaar welke kosten je kunt verwachten en welke vergoedingen mogelijk zijn.

    Het kan lastig zijn om je open te stellen.

    Je openstellen in therapie kan lastig zijn, zeker wanneer je gewend bent om gevoelens voor jezelf te houden of bang bent voor een oordeel. Misschien weet je niet goed waar je moet beginnen, of voelt het spannend om over pijnlijke ervaringen te praten. Je hoeft niet meteen alles te vertellen: je mag je eigen tempo bepalen en met je therapeut bespreken wat je moeilijk vindt. Door stap voor stap vertrouwen op te bouwen, kan het na verloop van tijd makkelijker worden om woorden te geven aan wat er in je omgaat.

    Sommige gesprekken kunnen emoties oproepen.

    Sommige gesprekken in therapie kunnen sterke emoties oproepen. Wanneer je moeilijke herinneringen, zorgen of pijnlijke ervaringen bespreekt, kun je je na afloop tijdelijk verdrietig, gespannen of uitgeput voelen. Dat betekent niet automatisch dat er iets misgaat: soms hoort het bij het verwerken van wat je hebt meegemaakt. Vertel je therapeut hoe het met je gaat en bespreek samen welk tempo en welke ondersteuning voor jou prettig zijn.

    Niet elke behandelaar past bij je.

    Niet elke behandelaar past bij je, en dat is heel normaal. Misschien voel je je niet op je gemak, sluiten de gesprekken niet aan bij wat je nodig hebt of verschilt jullie kijk op de behandeling. Bespreek je twijfels gerust met je behandelaar; soms helpt het om verwachtingen of wensen duidelijker te maken. Blijft de samenwerking niet goed voelen, dan mag je vragen naar een andere behandelaar. Een goede vertrouwensband is belangrijk, en het kan tijd kosten om iemand te vinden bij wie je je gehoord en veilig voelt.

    Verandering verloopt soms langzaam.

    Verandering verloopt soms langzaam. Ook als je je inzet en regelmatig naar therapie gaat, merk je misschien niet meteen verschil. Oude patronen doorbreken kost tijd, en vooruitgang gaat vaak met kleine stappen en soms met terugvallen. Dat kan ontmoedigend voelen, maar betekent niet dat je stilstaat. Bespreek met je behandelaar wat je al hebt bereikt en welke haalbare stap je hierna kunt zetten.

    Kopieergedrag bij borderline: wat betekent het en hoe ga je ermee om?

    kopieergedrag borderline

    Kopieergedrag bij borderline: wat betekent het?

    Iemand neemt ineens de kledingstijl, hobby’s, uitspraken of voorkeuren van een ander over. Dat kan opvallen en vragen oproepen, zeker als het vaak gebeurt of samengaat met onzekerheid over de eigen identiteit. Kopieergedrag wordt soms in verband gebracht met borderline persoonlijkheidsstoornis (BPS), maar het is geen kenmerk dat iedereen met BPS heeft en het is op zichzelf geen bewijs voor een diagnose.

    Wat wordt bedoeld met kopieergedrag?

    Met kopieergedrag bedoelen mensen meestal dat iemand zich sterk aanpast aan een ander of diens gedrag en interesses overneemt. Dat kan bewust gebeuren, maar vaak is iemand zich er niet volledig van bewust. Voorbeelden zijn dezelfde kledingstijl gaan dragen, dezelfde hobby’s oppakken of de mening van een partner overnemen.

    Mensen stemmen zich allemaal weleens af op anderen. We nemen bijvoorbeeld uitdrukkingen over van vrienden of passen ons gedrag aan de situatie aan. Dat is normaal sociaal gedrag. Het wordt vooral ingewikkeld wanneer iemand hierdoor weinig contact ervaart met eigen wensen, waarden of voorkeuren, of wanneer de aanpassing voortkomt uit veel angst om afgewezen te worden.

    Waarom kan het voorkomen bij borderline?

    BPS kan samengaan met een instabiel zelfbeeld: iemand kan moeite hebben om te voelen wie die is, wat die belangrijk vindt of welke doelen bij diegene passen. Ook kunnen relaties en emoties intens zijn. In die context kan aansluiten bij een ander een manier zijn om verbinding, houvast of acceptatie te zoeken.

    Dat betekent niet automatisch dat iemand anderen bewust nadoet of probeert te manipuleren. Aanpassen kan een aangeleerde manier zijn om met onzekerheid of spanning om te gaan. De redenen verschillen per persoon en kunnen ook veranderen per situatie of relatie.

    Is kopieergedrag een symptoom van borderline?

    Niet op zichzelf. BPS wordt vastgesteld op basis van een breder en langduriger patroon van klachten en moeilijkheden, en door een bevoegde zorgprofessional. Kopieergedrag kan ook voorkomen bij mensen zonder BPS en kan verschillende verklaringen hebben. Alleen een professional kan samen met iemand onderzoeken wat er speelt.

    Het is daarom niet helpend om iemand op basis van een kledingstijl, hobby of veranderende mening een diagnose toe te schrijven. Let liever op hoe iemand zich voelt en of het gedrag problemen veroorzaakt in het dagelijks leven of in relaties.

    Wat kun je doen als je jezelf hierin herkent?

    • Sta stil bij je eigen voorkeuren. Vraag jezelf af: “Wat vind ík hiervan?” of “Zou ik dit ook kiezen als niemand anders het deed?”
    • Neem tijd voor keuzes. Je hoeft niet meteen een nieuwe hobby, mening of stijl over te nemen. Je mag eerst ontdekken of iets echt bij je past.
    • Houd kleine notities bij. Schrijf op wat je energie geeft, waar je waarde aan hecht en wanneer je merkt dat je je aanpast. Dit kan helpen patronen te herkennen.
    • Bespreek het met iemand die je vertrouwt. Een open gesprek kan helpen om verschil te zien tussen oprechte interesse en aanpassen uit angst.
    • Zoek ondersteuning als je er last van hebt. Een huisarts of behandelaar kan met je meedenken. Behandelingen zoals dialectische gedragstherapie (DGT) of mentalization-based treatment (MBT) kunnen, afhankelijk van je situatie, helpen bij onder meer emoties, relaties en zelfbeeld.

    Hoe kunnen naasten reageren?

    Beschuldigingen als “je doet me na” of “je hebt geen eigen persoonlijkheid” kunnen pijnlijk zijn en maken een gesprek vaak moeilijker. Benoem liever concreet wat je opvalt en vraag zonder oordeel hoe de ander het zelf ervaart. Bijvoorbeeld: “Ik merk dat je de laatste tijd dezelfde hobby’s hebt opgepakt als ik. Hoe is dat voor jou?”

    Naasten mogen ook grenzen aangeven. Begrip tonen betekent niet dat je alles hoeft goed te vinden of je eigen behoeften moet negeren. Probeer wel onderscheid te maken tussen gedrag dat lastig is en de persoon zelf.

    Tot slot

    Kopieergedrag kan samenhangen met onzekerheid over de eigen identiteit of met de wens om ergens bij te horen, maar het heeft niet voor iedereen dezelfde betekenis. Het is geen reden om iemand te veroordelen of zelf een diagnose te stellen. Met aandacht, open gesprekken en passende professionele steun kan er ruimte ontstaan om eigen wensen en waarden beter te leren kennen.

     

    6 tips om empathisch om te gaan met kopieergedrag bij borderline

    1. Benoem concreet welk gedrag je opvalt, zonder te beschuldigen.
    2. Vraag rustig wat iemand met het overnemen van gedrag probeert uit te drukken.
    3. Stel duidelijke, respectvolle grenzen.
    4. Moedig aan om eigen voorkeuren en interesses te ontdekken.
    5. Bespreek terugkerende zorgen met een behandelaar.
    6. Blijf empathisch

    Benoem concreet welk gedrag je opvalt, zonder te beschuldigen.

    Benoem rustig en concreet wat je opvalt, zonder de ander te beschuldigen of in te vullen waarom diegene het doet. Zeg bijvoorbeeld: “Ik merk dat je de laatste tijd dezelfde hobby’s hebt opgepakt als ik. Hoe is dat voor jou?” Zo houd je het gesprek open en geef je de ander ruimte om te vertellen wat er speelt. Vermijd opmerkingen als “Je doet me na” of “Je hebt geen eigen mening”, want die kunnen kwetsend zijn en maken het vaak moeilijker om elkaar te begrijpen.

    Vraag rustig wat iemand met het overnemen van gedrag probeert uit te drukken.

    Vraag rustig en zonder oordeel wat iemand met het overnemen van gedrag probeert uit te drukken. Misschien zoekt diegene aansluiting, bewondert diegene je of voelt diegene zich onzeker over de eigen voorkeuren. Een open vraag, zoals “Ik merk dat je dit ook bent gaan doen; wat betekent dat voor jou?”, kan ruimte geven voor een eerlijk gesprek. Probeer eerst te luisteren en niet meteen conclusies te trekken: zo voelt de ander zich minder snel aangevallen en kunnen jullie samen onderzoeken wat erachter zit.

    Stel duidelijke, respectvolle grenzen.

    Stel duidelijke, respectvolle grenzen door rustig te benoemen welk gedrag je lastig vindt en wat je zelf nodig hebt. Gebruik concrete ik-boodschappen, zoals: “Ik vind het fijn dat je interesse hebt in mijn hobby, maar ik wil soms ook tijd hebben om die alleen te doen.” Zo geef je aan waar jouw grens ligt zonder de ander te beschuldigen of te veroordelen. Bespreek samen wat voor jullie allebei prettig werkt en houd er rekening mee dat grenzen vriendelijk én duidelijk mogen zijn.

    Moedig aan om eigen voorkeuren en interesses te ontdekken.

    Moedig iemand aan om op een rustig tempo eigen voorkeuren en interesses te ontdekken, zonder druk om meteen een duidelijk antwoord te hebben. Stel open vragen zoals: “Waar krijg jij zelf energie van?” of “Wat zou je graag eens proberen?” Geef ruimte om activiteiten uit te proberen en van gedachten te veranderen. Zo kan iemand stap voor stap beter ervaren wat echt bij diegene past, los van de wensen of keuzes van anderen.

    Bespreek terugkerende zorgen met een behandelaar.

    Blijven zorgen over kopieergedrag terugkomen of merk je dat aanpassen invloed heeft op je zelfbeeld of relaties? Bespreek dit dan met je behandelaar. Samen kunnen jullie zonder oordeel onderzoeken wanneer het gedrag ontstaat, wat je op die momenten nodig hebt en hoe je beter kunt herkennen wat bij jou past. Dat kan helpen om meer inzicht en vertrouwen in je eigen keuzes te krijgen.

    Blijf empathisch

    Blijf empathisch: kopieergedrag kan voortkomen uit onzekerheid, een wisselend zelfbeeld of de behoefte om je verbonden te voelen met anderen. Probeer daarom niet meteen te oordelen of iemand te beschuldigen van “nadoen”. Vraag rustig hoe diegene zich voelt en luister met aandacht. Empathie betekent niet dat je je eigen grenzen moet vergeten: je kunt begrip tonen én eerlijk aangeven wat bepaald gedrag met jou doet.